
Vijf vragen aan… Gijs Meijer, manager innovatie & ecosystemen bij DEN
De theaters lopen weer voller en de culturele sector kijkt voorzichtig vooruit. Maar er zijn ook nieuwe uitdagingen: budgetten staan onder druk, de vraag naar maatschappelijke impact groeit en AI verandert de manier waarop organisaties werken. Juist daarom wordt het steeds belangrijker om keuzes te baseren op betrouwbare data en gezamenlijke kennis. Volgens Gijs Meijer, manager innovatie & ecosystemen bij DEN, speelt DIP daarin een belangrijke rol. "Als je weet wie je bereikt, weet je ook wie je nog niet bereikt. Dat inzicht maakt organisaties én de sector sterker."
Wat is volgens jou de grootste meerwaarde van DIP?
“Voor mij zit de grootste meerwaarde van DIP echt in de samenwerking. Het brengt partijen bij elkaar rondom een gedeelde digitale infrastructuur waar iedereen baat bij heeft. Daardoor kun je kennis bundelen, efficiënter werken en beter gebruikmaken van data. Juist die combinatie maakt de sector sterker.Die landelijke digitale infrastructuur is bovendien behoorlijk uniek. Er zijn niet veel voorbeelden waarbij zoveel organisaties op deze manier samenwerken. Je hoeft niet allemaal zelf oplossingen te ontwikkelen of dezelfde kennis op te bouwen. Dat bespaart tijd en geld, maar zorgt er ook voor dat de sector als geheel veerkrachtiger wordt. Dat is denk ik ook de basis om ook de volgende stappen in digitalisering samen te kunnen zetten.”
Wat levert de samenwerking concreet op?
“Met alle gedeelde kennis kun je veel gerichter werken aan een diverser en meer betrokken publiek. Je ziet welke keuzes werken, welke doelgroepen je nog mist en waar kansen liggen om je publieksbereik te vergroten.
Daarnaast helpt data om keuzes beter te onderbouwen. Je kunt laten zien wat het effect is van activiteiten en ontwikkelingen over een langere periode volgen. Dat is waardevol voor de interne praktijk, maar het maakt het gesprek met collega’s, makers, gemeenten en subsidieverstrekkers ook veel sterker. Want je kunt beslissingen baseren op feiten in plaats van aannames.”
Waarom wordt dat steeds belangrijker?
“De druk op de sector is nog steeds groot. Om daar tegen bestand te zijn, is alleen bezoekers tellen niet genoeg. Het is belangrijk dat je beschikt over betrouwbare data én weet hoe je die verantwoord kunt gebruiken.
Ik denk ook dat dit niet iets is wat iedere organisatie afzonderlijk moet willen oplossen. De kennis en investeringen die daarvoor nodig zijn, zijn groot. Door samen op te trekken kun je expertise delen en ervoor zorgen dat nieuwe ontwikkelingen de hele sector vooruithelpen. Dat maakt organisaties niet alleen efficiënter maar ook weerbaarder en beter voorbereid op de toekomst.”
Welke rol zie je voor AI en nieuwe technologie?
“AI gaat zonder twijfel een grote rol spelen. Dat doet het al. Juist daarom is het belangrijk dat de sector eigenaar blijft van zijn eigen data. Als je weet waar informatie vandaan komt en die gezamenlijk beheert, kun je nieuwe toepassingen ook op een veilige manier inzetten. Dat geeft organisaties meer controle en vertrouwen in de uitkomsten.
Voor mij is dat een heel belangrijk uitgangspunt: de data moet van en voor de sector blijven. Alleen dan kun je de mogelijkheden van AI benutten zonder de regie uit handen te geven. Ik zie daarin een belangrijke rol voor DIP, omdat die zorgt voor de betrouwbare basis waarop de sector verder kan bouwen.”
Schaal is cruciaal. Als je samenwerkt kun je kosten delen, kennis bundelen en slagkracht creëren.
Wat zou je zeggen tegen organisaties die nog twijfelen over DIP?
“Het collectieve belang wordt de komende jaren alleen nog maar belangrijker. Door gegevens op geaggregeerd niveau te gebruiken, ontstaan echt inzichten waar de hele sector van profiteert - niet alleen de grote spelers.
Mijn boodschap is dan ook: doe mee. Niet alleen omdat het je eigen organisatie helpt, maar ook omdat samenwerking de basis vormt voor verdere innovatie. Of het nu gaat om publieksbereik, efficiëntie of toekomstige AI-toepassingen: hoe meer organisaties meedoen, hoe sterker de gezamenlijke digitale infrastructuur wordt.”