Login
contact
Een Britse blik op een Nederlandse traditie
08.07.2026

Een Britse blik op een Nederlandse traditie

door: Joep Grooteman

De Nederlandse podiumkunstensector kent een rijke traditie van touren. Dankzij een fijnmazig netwerk van schouwburgen en concertzalen is het voor gezelschappen, orkesten en makers al decennialang vanzelfsprekend om door het hele land te reizen en publiek in alle regio’s te bereiken. Juist die infrastructuur maakt het Nederlandse podiumkunstenbestel bijzonder. In veel andere landen, waaronder Engeland, is een dergelijke traditie veel minder vanzelfsprekend.

Juist daarom is het interessant om te lezen dat The Audience Agency in Engeland de discussie opent over de toekomst van touren. Als internationaal toonaangevende organisatie op het gebied van publieksontwikkeling en datagedreven werken kijkt zij daarbij nadrukkelijk ook naar ontwikkelingen in andere landen, waaronder de ontwikkeling van DIP in Nederland. Niet omdat wij alle antwoorden al hebben gevonden – ook hier hebben we nog veel stappen te zetten als het gaat om datakwaliteit, standaardisering en de uitwisseling van informatie – maar omdat de Nederlandse sector de afgelopen jaren een belangrijke beweging heeft gemaakt. Dat steeds meer organisaties bereid zijn gezamenlijk te investeren in een gedeelde informatie-infrastructuur is daarvan misschien wel het mooiste voorbeeld. Dat een organisatie als The Audience Agency die ontwikkeling ziet en erkent, is een mooie bevestiging dat we als sector op de goede weg zijn.   

“Het gaat over de vraag hoe we een culturele infrastructuur organiseren die makers, podia en publiek met elkaar blijft verbinden. Touren is daarmee niet alleen een manier om voorstellingen te verspreiden, maar een publieke voorziening die bepaalt hoe toegankelijk kunst is en hoe culturele waarde zich over een land kan verspreiden.”

Wat mij aanspreekt in het artikel is dat het gesprek over touren eigenlijk helemaal niet over logistiek gaat. Het gaat over de vraag hoe we een culturele infrastructuur organiseren die makers, podia en publiek met elkaar blijft verbinden. Touren is daarmee niet alleen een manier om voorstellingen te verspreiden, maar een publieke voorziening die bepaalt hoe toegankelijk kunst is en hoe culturele waarde zich over een land kan verspreiden.

Ook in Nederland staat die infrastructuur onder druk. Stijgende kosten, veranderend publieksgedrag, personeelstekorten en toenemende financiële risico’s vragen om nieuwe manieren van samenwerken. De vraag is allang niet meer alleen hoe we zoveel mogelijk voorstellingen door het land krijgen, maar hoe we ervoor zorgen dat het hele ecosysteem van makers, producenten, podia, festivals en publiek vitaal blijft.

Daarvoor is meer nodig dan goede intenties. Er is een groeiende behoefte aan gedeeld inzicht in hoe onze sector zich ontwikkelt. We moeten beter begrijpen waar publiek ontstaat, waar aanbod ontbreekt, welke regio’s kwetsbaar zijn en hoe makers en podia duurzame relaties met publiek kunnen opbouwen. Data is daarbij geen doel op zich, maar een middel om betere gesprekken te voeren, betere keuzes te maken en gezamenlijk verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst van de podiumkunsten – vanuit artistiek, economisch én maatschappelijk perspectief.

“De toekomst van touren wordt niet alleen bepaald door betere marketing, slimmere logistiek of efficiëntere programmering. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van het netwerk dat daaronder ligt: de relaties tussen makers, podia, producenten, overheden en publiek. Hoe beter we dat netwerk begrijpen, hoe beter we het kunnen versterken.”

Dat is misschien ook wel de belangrijkste les die we uit het artikel van The Audience Agency haal. De toekomst van touren wordt niet alleen bepaald door betere marketing, slimmere logistiek of efficiëntere programmering. Uiteindelijk gaat het om de kwaliteit van het netwerk dat daaronder ligt: de relaties tussen makers, podia, producenten, overheden en publiek. Hoe beter we dat netwerk begrijpen, hoe beter we het kunnen versterken.

Nederland heeft daarin een sterke uitgangspositie. We beschikken over een unieke infrastructuur, een lange traditie van samenwerking en een sector die steeds meer bereid is om kennis en informatie met elkaar te delen. De volgende stap is om die fysieke infrastructuur te versterken met een even sterke informatie-infrastructuur. Niet omdat data de oplossing is voor alle uitdagingen waarvoor we staan, maar omdat gedeeld inzicht ons helpt om betere keuzes te maken, beter samen te werken en ervoor te zorgen dat podiumkunst ook in de toekomst publiek in het hele land blijft bereiken.